De Tirse in Brakel
Terug naar overzicht

De Tirse in Brakel

Metselwerk in zijn meest elementaire vorm

De Tirse in Brakel

project: De Tirse in Brakel

architect: Volt architecten cvba (www.voltarchitecten.be)

opdrachtgever: SHM Vlaamse Ardennen - Oudenaarde

Aannemer: Bekaert Building Company

Gevelstenen: kleur 8012 (paars)

Verwerking: dunbed - wildverband

 

De Tirse in Brakel

Concept:

Door de afbraak van een oude school kwam in het centrum van Brakel, aan de markt en de bibliotheek, bijna 4000m² vrij. Op dit terrein werden 38 appartementen opgetrokken, zodat een dichtheid van +/- 97 wooneenheden/ hectare werd bereikt. Het project richtte zich vooral op ouderen die terug in het centrum en dicht bij alle voorzieningen kwamen wonen. Een aantal appartementen zijn dan ook van het type levenslang wonen. 

Ondanks deze hoge dichtheid blijft het terrein vrij open. De nieuwe gebouwen werden aan de randen van het vrijgekomen gebied ingeplant waardoor in het midden een nieuwe binnenruimte vrijkwam. Dit is nu het toegangsgebied naar de appartementen en een auto-luw doorgangsgebied naar de nieuwe school en de stadsparking de Tirse. Achter de bibliotheek werd een verhoogde groenzone voorzien met zit-en liggelegenheid en een aanpalend overdekt podium. 

 

De Tirse in Brakel

De woningen richten zich evengoed op de private buitenruime als op de publiek ruimte. Zo werd er bewust geen onderscheid gemaakt tussen de voor- en achtergevels. Het bewust vervagen van de grens tussen publiek en privaat laat het project veel ruimer lijken dan het is en stimuleert ongedwongen contacten tussen bewoners onderling en bewoners en passanten. 

 

 

Hoe heeft de gevelsteen bijgedragen tot dit concept?

Volt Architecten: Het was niet onze intentie het project er  ten opzichte van zijn context uit te laten springen. Daarom werd het  gevelmetselwerk uitgevoerd met een paars-grijze bezande steen in wildverband. Deze steen is op zich vrij neutraal en heeft een eerder ongedwongen karakter.

In combinatie met de regie van de gevelopeningen hebben de gevelvlakken zo een vanzelfsprekende ‘aanwezigheid’ gekregen. Zo is één van de gevels naar de stadsparking een volledig blinde gevel waar het metselwerk in zijn meest elementaire vorm tot zijn recht komt. Ook de andere kopgevels en tuinmuren kregen een zelfde monoliete behandeling. 
 
In de langse gevels is door middel van elementen in lichtgekleurd architectonisch beton en een strook in gepoedercoate aluminium een raamwerk gemaakt. Hierin is het metselwerk als invulvlak en ritmisch element is verwerkt. Door het consequent toepassen van dit principe is het onderscheid tussen woongevels en slaapgevels enerzijds en voorgevels en achtergevels anderzijds opgeheven. Elk gevel is zo als ‘representatief ten opzichte van de publieke ruimte’ behandeld.